| Eendenkooi |
|
|||||
|
geoptimaliseerd
|
In de Empelse eendenkooi zijn twee punten die opvallend te noemen zijn.
Een eendenkooi bestaat uit een vijver of plas (kooiplas, in Brabant ook wel Wed genoemd) met op de hoeken vier kromme sloten, die nauw toelopen. Aan het einde van de sloten bevinden zich vanghokjes. De sloten worden ook wel (vang)pijpen genoemd (in Brabant "keel"). De meest voorkomende vorm van een eendenkooi is een rechthoekige plas. Met de vier armen ontstaat zo de vorm van een Rogge-ei. Deze typische vorm is vermoedelijk ontstaan omdat het op deze manier goed in een vierkante kavel paste. De oevers van het wed zijn begroeid met riet en wilgen. De vangpijpen beginnen ongeveer 5 meter breed en lopen smal toe tot ongeveer 1 meter. Aan het einde wordt de pijp steeds minder diep en gaat over in een oplopende verlandende strook grond van 75 centimeter breed. Aan het uiteinde bevindt zich de val, waarin de eenden gevangen worden. |
|||||