Eendenkooi

 

geoptimaliseerd
voor 1024x768

 

 

 

 

 


In de Empelse eendenkooi zijn twee punten die opvallend te noemen zijn.
1 De rietschermen zijn vroeger geplaatst tussen levende schermpalen. Dit is nog goed te zien aan de situering van de knot-essen langs de pijpen. Ook is bij de noord-oost pijp in een van de knot-essen nog een stuk ijzerdraad zichtbaar waaraan het scherm moet hebben vastgezeten. Dergelijke schermpalen zijn natuurlijk zeer duurzaam. Zij rotten immers niet. Een bijkomend voordeel kan zijn geweest dat deze palen ook bleven staan bij extreem hoge waterstanden van de Maas. Er zijn immers verhalen bekend van kooien waar de rietmatten na extreem hoge waterstanden uit de bomen moesten worden gehaald.
2 Het kooibos rondom de plas bestaat uit kleine 3 tot 4 meter brede, met uit de greppeltjes vrijgekomen grond, opgehoogde akkertjes. Vermoedelijk stond op deze akkertjes griend. Om griend te kunnen planten moest het maaiveld wa opgehoogd worden terwijl de greppeltjes zorgde voor een goede waterhuishouding. Het vrijkomende griendhout kon gebruikt worden voor onderhoud en regelmatig vernieuwen van de vangstinstallatie.

Een eendenkooi bestaat uit een vijver of plas (kooiplas, in Brabant ook wel Wed genoemd) met op de hoeken vier kromme sloten, die nauw toelopen. Aan het einde van de sloten bevinden zich vanghokjes. De sloten worden ook wel (vang)pijpen genoemd (in Brabant "keel").
De meest voorkomende vorm van een eendenkooi is een rechthoekige plas. Met de vier armen ontstaat zo de vorm van een Rogge-ei. Deze typische vorm is vermoedelijk ontstaan omdat het op deze manier goed in een vierkante kavel paste.
De oevers van het wed zijn begroeid met riet en wilgen.

De vangpijpen beginnen ongeveer 5 meter breed en lopen smal toe tot ongeveer 1 meter. Aan het einde wordt de pijp steeds minder diep en gaat over in een oplopende verlandende strook grond van 75 centimeter breed. Aan het uiteinde bevindt zich de val, waarin de eenden gevangen worden.