Geschiedenis

De eendenkooi Maaspoort is gelegen in het Burgemeester van Zwietenpark in de wijk Maaspoort van 's-Hertogenbosch.
De oude benaming van deze eendenkooi is de Empelse eendenkooi, ook wel aangeduid als de eendenkooi aan de Schanssteeg.
De Empelse eendenkooi moet tussen 1665 en 1739 aangelegd zijn.
Voorheen lag de kooi in de kadastrale gemeente Empel en Meerwijk, in het midden van de polder "van der Eijgen". De kooi lag in een uitgestrekt poldergebied van het vlakke Maasland.
Doordat het poldergebied regelmatig overstroomde was er sprake van een goed rendabele eendenkooi die volop in bedrijf was.
De kooiker woonde destijds op het op een "terp" gelegen boerderijtje "de Empelse hut" gelegen aan de Ploosse wetering.
Mede door cultuurtechnische maatregelen, normalisatie van de Maas, ontginning voor bouwland en het onder controle brengen van de waterhuishouding, werd het kooikersbedrijf onrendabel en verwaarloosd.
De gemeente Empel en Meerwijk is in 1971 toegevoegd aan de gemeente 's-Hertogenbosch zodat vanaf dat jaar de kooi binnen het grondgebied van 's-Hertogenbosch ligt.

Geschiedenis 18e eeuw

Volgens dhr. Jaques de Bekker komt de Empelse eendenkooi niet voor op een kaart die hij heeft uit 1656.
In het boek "Geschiedenis van Noord-Brabant" deel 1, staat beschreven dat de oudste vermelding van een eendenkooi in Noord-Brabant, een kooi in de polder Halle in Hage betreft en werd in 1665 door de heer van Breda vergund.

1739
Op een oude kaart uit 1739 (Bekker, de Jaques,) staat de eendenkooi vermeld. Op de kaart lijkt de noord-oost vangpijp te ontbreken.
In de directe nabijheid, echter allemaal meer naar het oosten, staan nog 4 eendenkooien aangegeven.
Op deze kaart staat ook al de "Empelse Hut" vermeld. Een bijschrift geeft aan dat er ook een galg staat opgesteld. Op een andere kaart staat bij de Empelse Hut vermeld "Geregt van Empel".

Geschiedenis 19e eeuw

1800
In de negentiende eeuw werkten de kooien nog volledig op commerciële basis en had men een vangst nodig van duizend tot vijftienhonderd eenden per jaar. (Wild werd beschouwd als een lekkernij)
Oorspronkelijk was het recht van een eendenkooi voorbehouden aan diegene die het recht van vogelarij (het lokken en vangen van vogels, vooral voor de sport) bezat. In de praktijk was dit doorgaans de ambachtsheer.
Ook kon men een kooi stichten met vergunning van de gewestelijke Staten

1807
In de eerste jachtwet uit 1807 werd kooikers het recht gegeven hun kooi met palen af te bakenen (afpalingsrecht).
Vanaf 1807 vindt er ook een landelijke registratie van eendenkooien plaats.
Vermoedelijke eigenaren zijn van de Berk en Kuijsters.

1813
In Nederland bestaan nog 264 eendenkooien.

1814
In de jachtwet van 1814 werden kooikers verplicht hun kooi met palen af te bakenen en hun kooi te registreren voor telkens een periode van 5 jaar, tegen een bedrag van ƒ 20,-

1819
In de begin jaren van de negentiende eeuw was de kooi eigendom van de Heer van Empel. De laatste Heer van Empel was Jonkheer Willem Hendrik van Thije Hannes.
Nadat Nederland in 1814 weer een koninkrijk geworden was, werd met de grondwet van 1814 in Noord-Brabant het provinciaal bestuur aangesteld.
Doordat er per provincie nogal wat verschillen waren met betrekking tot het bestuur op het platte land, werd op 8 mei 1819 "Het reglement van bestuur voor het platte land in de provincie Noord-Brabant" vastgesteld. Door de instelling van dit reglement was de Heerlijkheid Empel verleden tijd en werd in 1820 de gemeente Empel en Meerwijk ingesteld.
Volgens het Provinciaal Reglement van 8 mei 1819 werd de Heer van Empel schadeloos gesteld voor zijn "aanzien"-lijke functie, rechten en bezittingen.

1832
In 1832 is de eendenkooi eigendom van de weduwe Adriaan Hagelears. Deze Adrianus Hagelears was op 7-2-1779 getrouwd met Catharina van der Steen. Het betreft de nummers 215 tot en met 219 van sectie A van de gemeente Empel (zie kadastrale kaart van Empel uit 1832.) De nummers 215, 216 en 219 betreffen hooiland. Nummer 217 betreft hakhout terwijl 218 de kooiplas betreft.

1833
In 1833 is de eendenkooi eigendom van Arnoldus van der Steen (1e Schout van Empel en later burgemeester van Empel).
Deze Arnoldus van der Steen was in 1832 ook al eigendom van een stuk grond direct liggend aan de westkant van de kooi (nummer 200 van sectie A)

1838
De Empelse eendenkooi komt voor op de historische Atlas van Nederland 1838-1857.
Op deze kaart staan 4 vangarmen getekend.

1840
In 1840 telde Noord-Brabant 39 eendenkooien, waarvan de meeste rivierkooien waren die vooral na 1 november vingen, wanneer de eenden het relatief warmere rivier water opzochten. 's-Hertogenbosch telde 4 kooien (inclusief Empel), Rosmalen 4, Woudrichem 6, Lith 8, Aalburg, Heusden, vlijmen, Terheijden, Vught en Made telde 2 kooien, Woensdrecht, Zundert, Capelle, Megen en Breda slechts 1. ("Geschiedenis van Noord-Brabant" deel 1)

1850
Vanaf 1850 worden eendenkooien per provincie geregistreerd.
Deze registratie is terug te vinden in het rijksarchief 's-Hertogenbosch als onderdeel van het archief van de Commissaris de Koningin. De registratie geschiedt per seizoen.

1860
Van af het seizoen 1860-1861 wordt in het register dhr. M.L. Wartenbergh ( 16-04-1873) uit 's-Hertogenbosch als eigenaar vermeld. Als afstand tot afpaling wordt 750 ellen vermeld (dit komt overeen met 517,5 meter ).
Indien echter wordt uitgegaan van de Amsterdamse el, die destijds was gelijk gesteld aan een meter (van de Heide en Lebret) zou de cicel van afpaling behoorlijk groter zijn.

De registratie loopt door tot het seizoen 1873-1874. Vanaf dat seizoen staan de erven M.L. Wartenbergh als eigenaar vermeld. Deze registratie loopt door tot 1875 1876. De twee volgende seizoenen staat de kooi niet geregistreerd.
In het seizoen 1879-1880 staat de kooi ten name van mr. Napoleon F.C.J. Sassen ( 25-01-1876) uit 's Hertogenbosch en de erven N.F.C.J. Sassen. Dat zelfde jaar komt de kooi in eigendom van Leonard I.N. Spierings uit 's-Hertogenbosch. Deze Leonard Spierings is op 22-09-1859 getrouwd met Maria. E.J Sassen en dus vermoedelijk een schoonzoon van de vorige eigenaar.
Er wordt bij vermeld dat de afpaling overeenkomstig artikel 6 van het prov. Recht van 1869 nr. 28. Dhr. Spierings blijft eigenaar tot 1898. Voor het volgende seizoen staat dr. J.C.J. van der Hagen als gemachtigde voor de erven L.I.N. Spierings geregistreerd.
Vanaf het seizoen 1899-1900 wordt Isaac van Vollenhoven als eigenaar geregistreerd.
In het seizoen 1883-1884 wordt er een tweede eendenkooi in Empel geregistreerd en wel ten name van W.A. Godschalx (eigenaar). Hierbij staat vermeld "bij koninklijk besluit van 20 september 1883". Voor deze kooi bestaat geen recht tot afpaling. Na dit seizoen wordt de kooi verder niet meer geregistreerd. Het is niet bekend of deze W.A. Godschalx dezelfde persoon is als degene die later eigenaar is van de Empelse kooi.

1880
Op een oude "schattingskaart" uit ongeveer 1880 staat de Empelse eendenkooi ingetekend. Opvallend hierbij is dat de noord-oost vangpijp ontbreekt.

1895
Op de kaart van Nederland uit 1867, welke herzien is in 1895 staat de kooi getekend zonder de noord-oostelijke vangpijp.

Geschiedenis 20e eeuw

1900
Dhr. Isaac van Vollenhoven blijft eigenaar tot 1932. Wel wordt de kooi in 1915 op naam van de firma J. van Vollenhoven gesteld.

1910
In een artikel in "Bossche Bouwstenen" nummer XII (Bekker, de L. "Empel in de strijd tegen het water), wordt vermeld dat Willem Reuser de laatste kooiker van de Empelse eendenkooi was.
Deze Willem Reuser, (geboren te Rosmalen 28-12-1888), zoon van Wilhelmus Reuser, van beroep kooiman, woonde op de "Empelse Hut". Hij was getrouwd met Theodora van Bergen op 24-11-1910 (Empel). In zijn trouwakte wordt als beroep kooiman vermeld.
In 1906 trouwt ook een Johannes Reuser (broer van Willem) in Empel met Maria van Bergen (zus van Theodora). Ook hij wordt met het beroep kooiman vermeld.
De "Empelse Hut", een boerderij annex poldercafé, staat op een foto in het boekje "Empel in oude ansichten (Croonen, F.).
Het is een foto uit 1910. Het bijschrift vermeld dat voor de boerderij Jont Reuser staat met haar aanstaande man Marinus Verhoeven, Marijntje Reuser- van Bergen, Willem Reuser sr. en de eigenaar van de boerderij jonkheer van Beusekom.
De Empelse Hut is in 1930 onbewoond, daarvoor woonde daar Willem van Lith.
In 1952 brand de "Empelse Hut" af door blikseminslag en wordt herbouwd. In 1952 woont de familie Engelbert in de "Empelse Hut".
Volgens de schoonzoon van Willem Reuser (A. van de Berg) is Willem Reuser nooit kooiker geweest op de Empelse kooi. Wel was hij kooiker in Engelen, Hedel, de Biesbos en een kooi in de buurt van Gewande, ook wel bekend als de kooi in de Diepte.
Volgens dhr. van de Berg was een zoon van Willem Reuser, Jo Reuser als boerenknecht in dienst bij W.A. Godschalx. Naast normale werkzaamheden op de boerderij, werkte hij ook in de kooi, zodat gebruik gemaakt kon worden van zijn kennis als telg uit een bekende kooikersfamilie.
Volgens dhr. van de Berg kan het goed mogelijk zijn dat Willem Reuser zijn zoon geholpen heeft met het opzetten van de kooi, maar niet zelf als kooiker.

Voor het seizoen 1932-1933 staat de kooi geregistreerd ten name van W. A. Godschalx.

Periode voor de 2e wereldoorlog
Vermeld wordt (Bekker, de Jaques, "Empel in het bijzonder") dat de eigenaar van de Empelse eendenkooi dhr Willem Godschalx is. Deze Willem Godschalx is de oom van dhr. Godschalx welke nu nog aan de Empelse dijk in oud-Empel woont.
Volgens dhr. Godschalx is zijn oom al een geruim aantal jaren overleden.
Dhr. Godschalx heeft verteld dat zijn vader nog eenden gevangen heeft in de kooi. Volgens zijn zeggen was zijn vader de laatste kooiker. Of deze ook echt als kooiker geregistreerd heeft gestaan is nog onduidelijk. Dhr. Godschalx heeft Willem Reuser als kooiker gekend.
Zelf is hij vaak in de kooi geweest en heeft nog geholpen met het vangen van eenden.
Het vangen van eenden gebeurde met name in de winter. Het was zwaar werk. Vooral als het erg koud was en er ijs op het wed lag. Met name het ijzen, zoals hij het noemde (het open maken van het ijs zodat de eenden op de plas konden landen), was zwaar werk.
Tussen de noord-west en noord-oost keel (vangarm) stond een stenen huisje van ongeveer twee bij drie meter. In het huisje stond een kachel die met hout gestookt werd. Het was er erg armoedig.
In de vangarmen waren drie kleppen aangebracht.
Volgens dhr. Godschalx waren de bogen over de kelen niet geheel rond gebogen, maar aan de buitenkant bevestigd aan de bovenkant van de rietschermen.
Een stuk land ten noorden van de kooi was bedijkt. Dit stuk land, op de kadastrale kaart aangegeven met nummer 245, stond in de volksmond ook bekend als de "kerktoren". Dit vanwege de vorm van het perceel. 's-Winters werd dit stuk land onder water gezet, zodat het 's-nachts goed schitterde. De staleenden vertrokken naar dit stuk water om te fourageren en namen wilde eenden mee. De plas in de kooi was door de bomen niet goed genoeg zichtbaar voor wilde eenden.
De kooi was volgens dhr. Godschalx in die tijd moeilijk bereikbaar. Alleen via een brug over de Ploosche wetering en dan via de Vlietdijk.

De Empelse kooi was vroeger een goed renderende kooi. Het wed zag soms zwart van de vogels. De gevangen eenden waren met name bestemd voor verschillende restaurants in 's-Hertogenbosch.

Tussen de tweede wereld oorlog en de verkoop aan staatsbosbeheer heeft geen onderhoud plaats gevonden.
Dhr. Jaques de Bekker vertelde in een telefonisch gesprek dat hij zich kon herinneren dat de westkant van de kooi altijd goed onderhouden was.

1941
De eendenkooi staat voor het seizoen 1941-1942 nog geregistreerd. Voor de volgende twee seizoenen staat vermeld dat de kooi niet meer in gebruik is.
Vanaf 1944 wordt de kooi niet meer geregistreerd.

1944
In het boekje "Achter de schermen" van van der Heide en Lebret wat in 1944 is uitgegeven, staat een stukje over het verminderen van vangsten in het gebied ten noorden van 's-Hertogenbosch (van Haarsteeg tot aan Lith). Hier wordt beschreven dat door het niet meer onderlopen van de polders ten noorden van 's-Hertogenbosch het aantal eenden en dus de vangsten sterk achteruit ging.
"Niet langer kabbelt er in het koude jaargetijde het water om de heuvel van de Empelse hut en om de hoogte waarop het Slot te Empel staat".
"De jaren van de grote inundaties waarbij de weilanden vaak maanden achtereen blank stonden zijn voorbij. Dit is enerzijds goed voor de boeren maar slecht voor de vogelaars"".
"Daar waar men de wallen langs de pijpen zo hoog mogelijk had aangelegd, om nog bij de hoogste waterstanden min of meer droogvoets te kunnen vangen, daar liggen die pijpen nu vervallen als overblijfselen van verdwenen toestanden".
Naast het vangen in eendenkooien wordt ook nog het vangen van duikeenden met behulp van de "kwertel" (slagnetten met een lange lijn) vanuit een bootje vermeld. "Blootgesteld aan de gure wind was het wachten op de borren, kippings, bolten, wiltsen en gegelkes (Tafeleend, Kuifeend, Brilduiker, Groote Zaagbek en Nonnetje)".

1951
In 1951 en 1953 heeft er in de Empelse eendenkooi een volledige inventarisatie plaats gevonden van de aanwezige broedvogelsoorten (S. Braaksma). In de jaren 1953, 1956, 1957, 1963 en 1964 is de kooi onvolledig onderzocht.

1956
In 1956 wordt de eendenkooi groot 3,4830 ha aangekocht door Staatsbosbeheer. Door toedeling na een uitgevoerde ruilverkaveling werd de oppervlakte vergroot met een weilandperceeltje. Volgens oude kaarten (1880 en 1895) zou het moeten gaan om een smalle stook aan de noord-west kant van de kooi. De oppervlakte werd hiermee 3,9480 ha. (Ongeveer 141 meter breed en 280 meter lang.

Bij beschikking van de Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening dd 4 april 1956 wordt dhr. L.C. Geerling als kooiker geregistreerd.
Bij beschikking van 23 oktober wordt deze registratie gewijzigd en wordt dhr. M. v.d. Water als kooiker ingeschreven

Nadat de kooi buiten gebruik was geraakt, begon het wed aan de randen geleidelijk te verlanden waardoor een rietmoeras is ontstaan. In 1956 werden rondom het in verval geraakte wed populieren en wilgen geplant, het wed werd gedeeltelijk uitgediept en schoongemaakt van plantengroei.

1961
Door de gemeenteraad van Empel en Meerwijk wordt bij de indeling van natuurgebieden in Empel, de eendenkooi in 1961 aangewezen als een volledig te beschermen natuurgebied. Het gebied wordt als vogelkundig zeer belangrijk bestempeld. Broedplaats voor onder andere de Roerdomp, Ransuil, Torenvalk en Holenduif.

1968
Bij het Besluit van 31 mei 1968 van de Minister van Volksgezondheid en Ruimtelijke Ordening, W. Schut, wordt de eendenkooi van Empel als een natuurgebied aangewezen. De volledige lijst van natuurgebieden in Noord-Brabant wordt op 5 augustus 1968 gepubliceerd in de Staatscourant.
Hierbij staat aangegeven, dat het gaat om een landschappelijk en biologisch interessante kooi ten zuiden van Empel en krijgt de volgend kwalificaties; B (botanisch), O (ornithologisch) en R (regionale betekenis).

1969
In 1969 wordt door Staatsbosbeheer een beheersplan opgesteld.
In dit beheersplan wordt wederom aangegeven dat deze eendenkooi een niet te onderschatten landschappelijk waarde heeft. Gesproken wordt over een aanplant van wilgen essen en populieren alsmede een enkele inlandse eik.
Als broedende soorten worden de Torenvalk, Ransuil, Wielewaal, en kleine zangvogels genoemd. Tevens wordt het gezien als een potentieel broedgebied van de Roerdomp. Als trekkers worden naast pleisterende eendensoorten ook 5 soorten roofvogels genoemd, waaronder alle drie de soorten Kiekendieven.
Het doel van het beheer is het bewaren en zonodig verbeteren van een broedbiotoop en pleisterplaats voor verschillende soorten bos- en moerasvogels.
De mogelijkheid wordt opengehouden in de doelstelling een educatief - recreatief facet op te nemen. Gesproken wordt over het zonodig in goede staat brengen van de vangkooi als demonstratie object.
Duidelijk is dan al dat door de oprukkende verstedelijking de druk op het natuurgebied toe zal nemen.
In het genoemde beheersplan wordt gewezen op mogelijke daling van de waterstand indien in de omgeving extra afvoersloten worden gegraven. In dat geval zou een windmolen geplaatst kunnen worden om extra water aan te voeren.

1972
De gemeente 's-Hertogenbosch heeft bezwaren uitgebracht bij de staatssecretaris van CRM, tegen het aanwijzen van de eendenkooi als Staatsnatuurmonument.

1973
Discussienota Maaspoort 1973
Bij brief van de hoofdingenieur-directeur voor de Landinrichting wordt aangegeven dat het op voorhand niet in de bedoeling ligt de kooi als reservaat af te stoten.

1982
In de periode tot 1982 zijn er, steeds zonder resultaat, onderhandelingen gevoerd met staatsbosbeheer over de overdracht van de eendenkooi aan de gemeente 's-Hertogenbosch.
Er worden klachten geuit over het verval van de eendenkooi. De gemeente 's-Hertogenbosch dringt er bij staatsbosbeheer als verantwoordelijke voor beheer en onderhoud op aan op korte termijn maatregelen te treffen voor de bescherming van de daar voorkomende flora en fauna.
De gemeente geeft wederom aan dat het voor de hand ligt dat het eigendom, beheer en onderhoud bij de gemeente komt te berusten.
Er wordt een voorstel ontwikkeld de eendenkooi met staatsbosbeheer te ruilen tegen twee stukken grond respectievelijk in het Sterrenbos en de Bossche Broek.

1983
In maart 1983 wordt door "'t Schoutenhuis b.v."een taxatierapport opgesteld met betrekking tot de drie genoemde stukken grond.
Ten aanzien van de kooi wordt o.a. vermeld dat het onderhoud zeer te wensen overlaat.
De kooi is niet tijdig geregistreerd en kan derhalve niet meer als geregistreerde vangkooi gebruikt worden. Onder de huidige wetgeving is het niet meer mogelijk de kooi te registreren.
Het afpalingsrecht is door het niet registreren komen te vervallen. Als "schietkooi" kan conform de bepalingen van de jachtwet de kooi geen dienst doen, daar een jachtveld ter grootte van minimaal 40 hectare ter plaatse niet is te construeren.
De waarde van de kooi wordt getaxeerd op ƒ 98.700,-.

1984
In 1984 zijn er al reeds ideeën om de eendenkooi weer voor een gedeelte op te knappen en in te richten als rustgebied voor trekvogels.
Op 6 februari verschijnt er een artikel met die strekking in het Brabants Dagblad.
De gemeente 's-Hertogenbosch stelt in een raadsvoorstel voor met staatsbosbeheer een overeenkomst van ruiling aan te gaan. De kosten van achterstallig onderhoud, waarvoor later subsidie gevraagd zal worden begroot op ƒ 25.000,-. De kosten van instandhouding na het opheffen van het achterstallig onderhoud worden globaal op ƒ 10.000,- geraamd.

1985
De ruil wordt middels een notariële akte op 4 april 1985 vastgelegd.

1986
De eendenkooi is zwaar verwaarloosd. De vangpijpen zijn dichtgeslibd en het wed volledig dichtgegroeid met riet en rietsigaren.
De eendenkooi wordt, in opdracht van de gemeente 's-Hertogenbosch, door de toenmalige Heidemaatschappij opgeknapt, met subsidie in het kader van de "werkgelegenheid". Het wed en de vangpijpen zijn uitgebaggerd, knotbomen geknot en vele nieuwe struiken aangeplant.
De sloot om de eendenkooi is verbreed en uitgediept. Er wordt een verbinding gegraven tussen de zuid-west arm en deze sloot. De bedoeling hiervan is dat er een grotere oppervlakte ontstaat in de wijk voor de opvang van hemelwater.
De kooi wordt bestempeld als een stiltegebied en er vindt geen onderhoud plaats.
Ondanks belemmerende maatregelen komen er toch regelmatig mensen in de kooi. Niet alleen om te vissen, maar ook jongenlui om hutten te bouwen en vuurtje te stoken.

1999
Het project "Eendenkooi" wordt gestart vanuit het milieucentrum 's-Hertogenbosch.

De 21e eeuw

2000
Begin 2000 hebben verschillende partijen, op initiatief van het Milieucentrum 's-Hertogenbosch (MCS), waaronder vertegenwoordigers van de gemeente (Beheer Openbare Ruimten, BOR), de wijkraad Maaspoort, IVN, en een vertegenwoordiger van de eendenkooi stichting een bezoek gebracht aan de eendenkooi.
Zij zijn enthousiast over de kooi en zien mogelijkheden tot openstelling.
De kooi ligt midden in de gemeente en is als zodanig uniek.
Er wordt een projectplan opgesteld. De doelstellingen die in het projectplan worden genoemd behelzen onder meer wetenschappelijk onderzoek, ontdekken van natuur en cultuurhistorie van het gebied door een breed publiek en het houden van excursies voor het onderwijs.
Het projectplan wordt positief ontvangen door de gemeente 's-Hertogenbosch, maar is onvoldoende uitgewerkt. Een nadere uitwerking van dit plan wordt gewenst.

Er worden contacten gelegd met onder andere Staatsbosbeheer, de Wijkraad Maaspoort, Stichting Divers, de Eendenkooistichting, de Hogere Agrarische School (HAS) en IVN/Vogel en natuurwacht.
De eerste vrijwilligers sluiten zich aan bij de projectgroep.

Medio september 2000 wordt duidelijk dat het MSC geen trekker meer kan zijn in het project.
Een vrijwilliger neemt de rol van aanspreekpunt op zich.
De Werkgroep Eendenkooi Maaspoort (WEM) wordt opgericht en onder de vleugels van Lokale Agenda 21 gebracht.